Wat je IT-afdeling wil horen voordat AI naar binnen mag

20 augustus 20263 min lezenThijs Rutgers

Er is een vast moment waarop een AI-project stilvalt. Niet bij de techniek, en niet bij het budget. Het valt stil op het moment dat iemand van IT vraagt: en waar komt dat ding dan precies bij?

Dat is een terechte vraag. Het vervelende is alleen dat hij meestal te laat komt — als er al gebouwd is, en als het antwoord dus improviseren wordt. Terwijl je hem ook vooraf kunt beantwoorden. Op één A4, in zeven punten.

1. Wat doet het

Eén zin, in gewone taal. Niet "AI-gedreven procesoptimalisatie" maar: nieuwe mail in de map Offertes wordt samengevat, komt als rij in een lijst, en er gaat een seintje naar Teams. Als je het niet in één zin kunt zeggen, is het te groot voor een eerste stap.

2. Wat doet het níet

Dit punt is belangrijker dan het eerste, en het wordt bijna altijd overgeslagen. Schrijf op wat er expliciet buiten valt: geen mail versturen namens iemand anders, niets wijzigen in het ERP, geen personeelsdossiers, geen bedrijfsgegevens naar een externe tool.

Een IT'er die leest wat er níet gebeurt, ontspant. Een IT'er die alleen leest wat er wél gebeurt, gaat zelf bedenken wat er verder nog zou kunnen gebeuren — en dat is altijd erger dan de werkelijkheid.

3. Welke onderdelen raakt het

Noem de systemen bij naam. Outlook, SharePoint, Teams. Of: de branchesoftware, via de bestaande koppeling. Als er een custom connector nodig is, zeg dat er meteen bij — dat is precies het soort verrassing waar IT een hekel aan heeft.

4. Namens wie draait het

Dit is het scharnierpunt van het hele gesprek. Draait de toepassing onder de inlog van de medewerker zelf, dan ziet hij precies wat die persoon sowieso al mocht zien — niets meer. AI verandert dan niets aan rechten, en dat is het antwoord waar IT op wacht.

Het alternatief is een dienstaccount met brede rechten. Dat kan soms niet anders, maar dan is dát het gesprek: wat mag dat account, en wie ziet erop toe.

5. Wie mag het gebruiken

Twee testers. Niet de hele afdeling, en al helemaal niet het hele bedrijf. Een pilot met twee mensen die je kent, die je durven te vertellen dat het niet werkt, is honderd keer nuttiger dan een uitrol naar tachtig collega's die er stilletjes omheen gaan werken.

6. Hoe zetten jullie het uit

Er moet een knop zijn. Letterlijk: een plek waar jullie beheerder de toegang intrekt of de flow uitzet, zonder dat hij mij daarvoor nodig heeft. En het moet duidelijk zijn wat er dan gebeurt met werk dat halverwege is.

Als jullie het niet zonder mij kunnen uitzetten, hebben jullie het niet in beheer. Dan heb ik het in beheer.

7. Waar is het op getest

Op verzonnen data, in een omgeving die niets met jullie te maken heeft. Dat is niet alleen netjes — het is ook praktisch: je kunt laten zien dát het werkt zonder dat er ook maar één echt klantgegeven aan te pas komt. En als het níet goed genoeg werkt, heeft dat jullie niets gekost.

Wat dit A4 eigenlijk doet

Het verandert het gesprek. Zonder dat blad kom je binnen met een voorstel dat IT moet beoordelen op basis van vertrouwen. Met dat blad kom je binnen met iets dat ze kunnen goedkeuren, aanpassen of weigeren — en dat is precies de rol die ze willen hebben.

Ik heb nog nooit meegemaakt dat een IT-afdeling tegen AI was. Ik heb wel vaak meegemaakt dat ze tegen onduidelijkheid waren. Dat is iets heel anders, en het is oplosbaar met één blaadje.